Morinepoeder uit planten toont antimicrobiële werking tegen parodontitis
Voor parodontitispatiënten die chloorhexidine slecht verdragen kan dit poeder op termijn een bruikbaar alternatief bieden.
Onderzoekers van de FOAr-UNESP in Brazilië hebben morine, een natuurlijke flavonoïde uit onder meer guavabladeren, appel- en vijgenschillen, getest op een multisoorten biofilm die parodontitis nabootst. In vitro lieten ze zien dat de stof antimicrobiële, ontstekingsremmende en antioxidatieve effecten heeft op de betrokken bacteriën. De resultaten zijn gepubliceerd in het Archives of Oral Biology.
Parodontitis geldt wereldwijd als de zesde meest voorkomende chronische aandoening. Bestaande behandelingen zoals chloorhexidine gaan gepaard met bijwerkingen: smaakveranderingen, versterkte tandsteenvorming en verkleuringen bij langdurig gebruik. Antibiotica stuit op toenemende resistentieproblemen. Morine is goedkoop en goed verkrijgbaar, maar lost slecht op in water en wordt snel weggespoeld door speeksel, gemiddeld 1 milliliter per minuut.
Om dat op te lossen, encapsuleerden de onderzoekers morine in natriumalginaat en gellan gum via een sproegdroogproces, dezelfde techniek als bij de productie van melkpoeder. Het resultaat is een fijn poeder dat gecontroleerd vrijkomt en verwerkt kan worden in uiteenlopende mondhygiëneproducten. De onderzoekers richten zich daarbij specifiek op patiënten met verminderde motoriek, zoals ouderen en patiënten met bijzondere zorgbehoeften. Vervolgende studies in diermodellen en klinisch onderzoek zijn gepland.